Op het gebied van de arbeidsomstandigheden (arbo) en veiligheid is er sinds de begintijd veel veranderd. "In de jaren zeventig klom je zonder enige beveiliging het dak op of de torenspits in. Een enkele keer werd er een touw gebruikt, voor het geval je mocht uitglijden. Maar of dat veel bescherming zou hebben geboden, is zeer de vraag. Misschien waren de gevolgen nog wel ernstiger geweest."
Een krantenknipsel uit de jaren tachtig laat een foto zien van de kerk in Werkhoven met Gert in de destijds gebruikte 'bak'. "Kijk, met heupgordel. Dat was al een hele verbetering. En we hadden ook een tweede lijn in gebruik voor de zekerheid. De leidekkers deden dat bijvoorbeeld niet. Maar het was wel zwaar materieel. Het was een enorm gesleep voor je het allemaal boven had. Tegenwoordig gebruiken we een bergsportuitrusting. Die is een stuk lichter en gemakkelijker te bedienen."
Gevaarlijk werk?
"We hadden een keer een nieuwe collega en die zei steeds: het is wel gevaarlijk werk. Ik zei dan: nee hoor, als je maar weet wat je doet. Je gelooft toch niet dat ik als vader van drie kinderen gevaarlijk werk ga doen? Maar je moet wel altijd je verstand erbij houden. En geen bravoure hebben. En geen hoogtevrees. Maar dat heb ik niet. Toen ik drie jaar was, moest mijn moeder me al van de ladder halen. Verder moet je goed weten wat je doet. En je moet op je materiaal kunnen vertrouwen, dat is ook belangrijk."
"Wij hebben altijd goede spullen gehad. Steeds het nieuwste van het nieuwste. Als de Arbeidsinspectie kwam controleren en ze zeiden dat we een ander soort ladder nodig hadden, of betere werkschoenen of een nieuw soort valbeveiliging, dan kwam zoiets er binnen de kortste keren. En ook als we zelf maar de minste twijfel hebben of iets nog honderd procent in orde is: gelijk nieuw aanschaffen. Dáár wordt nooit op bezuinigd."
"Wij hebben ladders van 12 meter. Dat is een behoorlijke lengte om tegenop te lopen. Ze buigen een beetje door als je halverwege bent. Maar je weet dat ze regelmatig worden gebruikt en dat ze elk jaar worden gekeurd. Dat het er soms voor een buitenstaander gevaarlijk uitziet, is wat anders. Die ziet hoog op het dak een mannetje bezig met gereedschappen en denkt: blij dat ik daar niet zit."
"Geleidelijk aan zijn er steeds meer voorschriften gekomen. Op veel daken zijn dakhaken aangebracht. Nu lopen we altijd aangelijnd. Dat vraagt wat voorbereiding, maar ik moet zeggen: het voelt beter. Net als het feit dat je in een 'harnas' zit. Als je zou vallen, kan dat nog steeds vervelende gevolgen hebben, maar je ligt niet direct beneden en je kunt ook je rug niet breken omdat er alleen maar een touw om je middel zit."
"Wij zeggen altijd: vallen is geen optie. Je moet het niet willen, ook al ben je nog zo goed beveiligd en gezekerd. Daarom moet je altijd goed je voeten neerzetten, geen impulsieve dingen doen, blijven nadenken. Weten wat je doet. Dat vraagt een bepaald soort concentratie. Die moet je je eigen maken. Je kan een ongeval nooit uitsluiten, maar je kan wel de kans daarop minimaal maken."
Gert Verwoerd en collega Eloy Schouten laten zien hoe je 'aangelijnd' het dak opgaat.